Project Irisnevel en omgeving

(Dit artikel heb ik eerder dit jaar geplaatst op nederpix.nl)

We zitten inmiddels alweer in april. Eindelijk! De ster Vega zie ik ’s avonds weer in het noord-oosten opkomen. Dat betekent dat de melkweg ook weer in zicht komt. Nu zijn het voornamelijk de stelsels, zoals M51 (Draaikolknevel) en M101 (Windmolenstelsel) die hoog aan de hemel staan. Prachtig, maar erg klein. Met klein bedoel ik klein in beeld.

Een van de eerste leuke objecten vooruitlopend op de melkweg vind ik de Irisnevel (NGC 7023). NGC 7023 is een open sterrenhoop in een reflectienevel (de Irisnevel genoemd) in het sterrenbeeld Cepheus. Het object ligt ongeveer 1300 lichtjaar van de Aarde verwijderd en werd op 18 oktober 1794 ontdekt door de Duits-Britse astronoom William Herschel. (bron: wiki)

De nevel is ook best klein, maar de omgeving is ook best interessant. Als tere kosmische bloemblaadjes zijn deze wolken van interstellair stof en gas ontloken in de vruchtbare stervelden op een afstand van 1300 lichtjaar in het sterrenbeeld Cepheus. Deze nevel, die soms de Irisnevel wordt genoemd en anderszins plichtsgetrouw gecatalogiseerd werd als NGC 7023, is niet de enige nevel in de nachthemel die de vergelijking met bloemen ontlokt. Niettemin toont deze diepe telescoopopname in indrukwekkend detail de verschillende kleurschakeringen en symmetrieën in de Irisnevel. Binnenin de Iris omringt stoffig nevelmateriaal een massieve, hete jonge ster. De dominante kleur van de helderdere delen van de reflectienevel is blauw, wat karakteristiek is voor stofdeeltjes die sterlicht weerkaatsen en verstrooiien. De centrale filamenten van stof en gas gloeien op met een zwakke rozerode fotoluminescentie, doordat sommige stofdeeltjes de onzichtbare ultraviolete straling van de ster effectief omzetten in zichtbaar rood licht. Infraroodwaarnemingen wijzen op de waarschijnlijke aanwezigheid van complexe koolstofhoudende molekulen die bekend staan onder de noemer Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)s. Zoals hier afgebeeld meet het helder blauwe deel van de Irisnevel ongeveer 6 lichtjaar in doorsnede. (bron: Astronomy Picture of the Day, http://www.apod.nl)

Wanneer ik de irisnevel opzoek in het programma Stellarium (www.stellarium.org) ziet het er als onderstaande uit.

Er is op internet veel te vinden, dus ook vele opnames van de Irisnevel. Googlen op “Iris nebula widefield” levert een aantal beelden op waarvan ik een indruk krijg hoe ik een leuke compositie moet maken. Samen met de uitsnede in stellarium, waar ik een aantal variabelen kan invoeren zoals focuslengte en grootte van de sensor, zoek ik naar de helderste sterren. Nu hoop ik dat ik deze sterren later ook daadwerkelijk in mijn liveview-scherm kan vinden als ik ’s avonds de data ga binnen halen. Zo, dat was de voorbereiding.

De avond en nacht op 18 april lijkt helder te worden, dus zet ik mijn spulletjes buiten. Dat is gelukkig al behoorlijk routine geworden, dus gaat dat lekker snel.

Wat heb ik allemaal nodig. Dat is inmiddels een hele lijst geworden.

Op de foto’s is te zien:

-De montering. Een zogenaamde parallactische montering. Een van de twee assen staat nauwkeurig parallel aan de aardas. Samen met de andere as kan ik de kijker of in mijn geval lens naar alle posities bewegen. De tweede as is ook belangrijk bij het corrigeren, maar dat later. Onder het geheel staat een stevig statief.
-Goto. Een handcontroller waarmee je de instellingen kunt doen die nodig zijn om te volgen. Ook bevat de goto een database van veel objecten. Deze objecten kun je de montering automatisch op laten zoeken. Het gemak 😉
-ef 500mm f/4 objectief van Canon.
-Canon 6d die gemodificeerd is. De sensor vangt ook licht op verder in het rood. Het gebeid dat ik ga fotograferen bevat eigenlijk vrij weinig h-alfa. Ik zou dus ook gewoon mijn ongemodificeerde canon 5d mk2 kunnen gebruiken.
-volgkijker. 500mm f/5.6
-volgcamera. Een Lacerta Mgen
-dauwlinten. Om zowel de lens als de volgkijker heb ik zogenaamde dauwlinten aangebracht die een beetje warm worden. Voldoende om dauw op de frontlenzen te voorkomen. Ook handig bij andere vormen van fotografie 😉
-Bahtinov masker. Is een masker dat je voor de lens kunt plaatsten. Een hulpmiddel om nauwkeurig scherp te kunnen stellen op sterren.

Ik ga beginnen. Dauwlintjes aan. Montering aan. De poolster zoeken. Gevonden. Nu de plek van de poolster op het kleine cirkeltje bepalen. De poolster staan immers niet precies in de pool. Gedurende 24 uur draait de ster in een klein cirkeltje. Zie de startrailfoto’s op deze site.
Nu ga ik drie heldere sterren zoeken om de montering te laten oriënteren waar alles aan de hemel zicht bevind. Dat is later makkelijk met het automatisch opzoeken van objecten.
Nu zoek ik de Irisnevel op. Ik maak een proefopname van 30 sec met een iso 3200 om te zien waar de nevel zich bevindt in mijn beeldveld. Ik probeer me te oriënteren. De drie heldere sterren op de opname vind ik gelukkig terug op de liveview. Nu kan ik zorgvuldig een compositie maken.
Na ga ik verder met het volgsysteem. De volgkijker met camera heeft ook een handcontroller. Daarmee zoek ik een zogenaamde volgster. Wanneer de boel is gekalibreerd kan ik het volgen (guiden) activeren. Nu wordt de montering voortdurend gecorrigeerd. Dat is fijn want nu kan ik opnames maken met lange belichtinstijden.
Eerder gebruikte ik een draadontspanner die automatisch continu-opnames maakte. Nu laat ik de handcontroller van het volgsysteem mijn Canon aansturen. Nog even de focus controleren en draaien maar.

De volgende dag maak ik een serie flatframes. Een 60 tal opnames van de lucht met een wit t-shirt voor de lens. Deze opnames die ik later tot een masterflatframe stack, bevat dezelfde vignettering, dezelfde sensorstofjes en andere onvolkomenheden. Deze ga ik later gebruiken.

Bij het doornemen van de opnames van de afgelopen nacht zie ik dat ze uit focus gelopen zijn. Het is koud geweest die nacht en daardoor is het materiaal van de lens iets gekrompen. Resultaat is dat de opnames de prullenbak in kunnen. Nu kan het ook zijn dat ik de lens niet lang genoeg op temperatuur heb laten komen die avond. Dan is het temperatuursverschil nog groter. Hoe dan ook; leermomentje. Ik laat het spul staan want de volgende nacht lijkt het weer helder te worden. Nu zal ik bij de volgende sessies om het uur de focus controleren.


Links de eerste opname, rechts de laastst. 100% uitsnede. Zucht.

De nachten van 19 en 24 april zijn helder en ik weet zo ongeveer aan 10 uur aan data te vergaren. Dat lijkt me vooralsnog aardig om eens mee te gaan stoeien.

Ik zal niet uitvoerig ingaan op de software. Enkel een paar screenshots met wat info.

Het zijn in totaal 126 opnames geworden van 5 minuten. Totale belichtingstijd is dus 10,5 uur.
Instelling van de camera waren 500mm, f/4, iso 1600, spiegelopklappen, ontspanvertraging.


Enkel de witbalans gecorrigeerd.


Opname gekalibreerd doormiddel van de master flat frame.


Ruwe stretch van de 32 bits stack.


Beeld omgezet van linear (32 bit) naar non-linear (16 bit) doormiddel van een stretch. Beeld 180 graden gedraaid.


Eindresultaat, waarbij ik een aantal correcties heb toegepast. Een belangrijke correctie hierbij is om gradienten te kunnen verwijderen. Ook de helderheid van de sterren minder maken maakt het beeld prettiger om naar te kijken. De nevels komen dan wat meer naar voren.


Irisnevel (NGC 7023), 100% uitsnede


Ghost Nebula (Sh2-136 en VdB 141), 100% uitsnede

Het stacken, kalibreren en bewerken doe ik het programma PixInsight. Uitsnedes en kleine correcties doe ik in Photoshop Elements 13. Nu is dit eindresultaat best donker. Dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Dank voor het lezen.

Geef een antwoord